Malaga, de weersberichten gaven aan dat het een schitterende dag zou worden.

Iets over zevenen vanaf vliegveld Zestienhoven, Rotterdam, naar Malaga met BasiqAir.
De vlucht duurde ongeveer 2 uur en 3 kwartier en ik had nog net op tijd de trein van 10.15 uur naar Malaga centrum(Alameda).
Het eerste wat mij opviel in Malaga is dat het een grote puinbak is, overal ligt afval en in heel de stad zijn ze aan het bouwen, met als gevolg dat wegen en voetpaden geheel of gedeeltelijk zijn afgezet.

De stad heeft een lange geschiedenis, waarbij de stad achtereenvolgens werd overheerst door de Feniciërs, die hier een handel in gezouten vis bedreven; van deze eerste kolonisten is vermoedelijk ook de naam van de stad afkomstig, want uit Malaca (malac = zouten) ontstond tenslotte Malaga.
Vervolgens waren het de Carthagen, Romeinen, Visigoten en tot slot de Moren.
Vooral de invloed van de Moren is ook nu nog aardig te zien aan de diverse gebouwen.
Malaga is de geboorteplaats van de schilder Pablo Picasso.



Malaga

De belangrijkste verkeersader is de 420 meter lange en 42 meter brede Alameda, nu nog Avenida del Generalisimo genoemd; zij loopt van de Plaza Queipo de Llano in de oude stad tot aan de stadsrivier, de Rio Guadalmedina waar aan de andere kant van de Puente de Tetuan de brede weg verder gaat naar de westelijke voorsteden.

Vlak tegen het centrum van Málaga staat een prachtige Moorse vesting Alcazaba.
Het fort uit de elfde eeuw was deels gebouwd op de ruïne van een oud Romeins theater.
Ooit had het complex maar liefst 110 hoofdtorens en nog een aantal kleinere torens.
De bekendste toren van het Alcazaba is de Torre de Homenaje, die op het hoogste punt van de berg staat.
De bouwers van het fort gebruikten loodzware pilaren, oude boogstukken en andere brokken uitgehouwen steen uit de Romeinse tijd.
Dit vind je overal terug in het gedeeltelijk gerestaureerde complex met veel binnenplaatsen, voedselsilo's en fonteinen, ooit de residentie van de Arabische heersers in Malaga.

De bouw van de kathedraal van Malaga duurde meer dan 250 jaar, van 1528 tot 1783.
Begonnen werd in de gotische stijl, in die tijd werd er in de haven extra belasting geheven om de bouw van de kathedraal te financieren.
Later werd overgeschakeld op de renaissancestijl.
De kathedraal, die hier "La Manquita" wordt genoemd, de manke of eenarmige, omdat er van de geplande twee torens maar één (92 meter hoog) is afgebouwd.

Wie niet tegen een klim opziet moet zeker de overblijfselen van het Castillo de Gibralfaro is gaan bekijken.
De klim tot op de top van de 130 meter heuvel duurt een klein uurtje, makkelijker is het wanneer je bus 35 neemt.
Kijk wel goed naar de tijden want de bus rijd zo nu en dan is.

Niet ver buiten het centrum ligt de haven van Malaga die vooral belangrijk is voor de scheepsbouw en de visserij.
De haven is door de jaren heen altijd erg belangrijk geweest voor de lokale economie.
De afgelopen tien jaar is de vissektor wat minder belangrijk geworden, maar de haven is nog altijd erg belangrijk voor de import en export van goederen, met name naar het nabij gelegen Marokko.
De haven van Malaga is verder trouwens de grootste van heel Andalucía.

Naast al het cultuur was er nog zat tijd over om lekker op het strand te gaan liggen.

Zelf vind ik Malaga niet echt geweldig, maar wanneer Transavia weer mooie aanbiedingen heeft is het natuurlijk wel lekker om weer eens dagje op het strand te gaan liggen, zeker wanneer het in Nederland niet van het geweldige weer is.
Zoals in mei, vlucht 70.
Maar i.p.v. Malaga kan je met die zelfde trein naar Fuengirola, alleen ga je dan de andere op.
Fuengirola voor de toerist die lekker lui op het strand wil liggen.