Praag

Zaterdagochtend vroeg naar Schiphol om, met een Boeing 737-300 van KLM, naar Praag te vliegen.
De vlucht verliep "gladjes", zeker vergeleken met de proefles die ik 2 dagen daarvoor in een Cessna 172 in had gemaakt.

Op internet de site van reisburo Oostwaarts gevonden, en hier vond ik een mooie beschrijving van een stadswandeling dwars door Praag; De Gouden Mijl.

Ook het hotel werd gevonden op internet, het hotel lag vlak bij het metrostation Dejvicka, welk het begin- en eindpunt is van metrolijn A.
H
et was vanaf het vliegveld van Praag met bus 119 naar het metrostation Dejvicka een klein half uurtje.

De Gouden Mijl Wandeling.

Beginpunt: Metrostation Malostranská(A)

De oude slottrap, van 98 treden, gaat naar de ingang van de Praagse Burcht de Hrad, maar je vraagt je af hoeveel aandacht mensen kunnen hebben voor het complex zelf, als het uitzicht links zo adembenemend is.
Hier is al duidelijk te zien dat Praag vooral een "verticale" stad is: oude torens, spitsen, ronde en uivormige koepels met als afwisseling wat moderne hoogbouw.
Op de trap zelf is er om de paar meter een divers aanbod van allerlei typisch Tsjechische en Praagse souvenirs: glaswerk, houtsnijwerk en bont.

De Sint Joris Basiliek met daaraan vast het St. Jorisklooster.
De St. Joris is een van oorsprong romaanse kerk, 10de eeuw, dus een van de oudste gebouwen van de Praagse Burcht. Het is een mooie kerk om te zien vanwege de warme, haast on-Europese kleuren gecombineerd met de witte torens. Helemaal bijzonder omdat de uitvoering erg sober is gehouden.
De invloed van de latere barokvernieuwingen is beperkt gebleven.
De St. Joris is een kerk die letterlijk in de schaduw staat van wat het hoogtepunt is van de Praagse Burcht.

De Sint Vituskathedraal, de grootste en hoogste kerk van Praag.
Karel IV gaf in de 14de eeuw opdracht tot de bouw van deze gotische kathedraal.
De hofarchitect heette Peter Parler, hij is ook de maker van twee andere imposante bouwwerken, namelijk de Karelsbrug en de Týnkerk.
Peter Parler痴 werk werd later overgenomen door andere architecten.
Er is tot 1929 gewerkt aan de voltooiing van de St. Vitus.
Feitelijk werd er in het jaar 926 al de basis voor deze kerk gelegd, zodat we met recht kunnen spreken van een Millennium Dôme.
Er zijn verschillende stijlinvloeden waar te nemen: gotiek, renaissance en barok.
Toch is het eindresultaat zeer harmonieus geworden.
De invloed van de barok is klein gebleven: één toren met versiering.
Wat opvalt zijn de enorme hoeveelheid versieringen in de vorm van beeldhouwwerken op 30 meter hoogte.
Het mozaïek boven een van de toegangspoorten beeldt het laatste oordeel uit.
Aardig om te zien is dat er behalve Jezus en Johannes de Doper ook enkele Boheemse heiligen op afgebeeld zijn.
Een invloed van de 20ste eeuw zien we in de gebrandschilderde en in de glas-in-lood ramen links.
Eén ervan is gemaakt door de Tsjechische Jugendstilkunstenaar Alfons Mucha.
Rechtsachter in de kerk bevindt zich in een afgeschermde ruimte de kapel van de heilige koning Wenceslas, in Tsjechië Václav genoemd.
Zijn tombe staat in het midden omringd door prachtig 14de eeuws mozaïek ingelegd met edelstenen, en 16de eeuwse schilderingen.
Het achterste gedeelte van de kerk is niet gratis te bekijken.
Te zien zijn daar onder andere, het St. Vitusaltaar, de relikwieënkapel en het hoofdaltaar.
Min of meer als handtekening hangt er in de kerk ook de buste van Peter Parler zelf.



De Karelsbrug

De Karelsbrug.
Als je op de brug staat kun je zeggen: ik heb Praag gezien.
Op die uitspraak valt natuurlijk wel wat af te dingen, maar toch, hier sta je boven de Vltava(Moldau), hoort het geruis daarvan door het dammetje verderop.
Je ziet de torens van de Oude Stad, achter je verheft de Praagse Burcht zich, en heen en weer lopen dagelijks duizenden toeristen.
Op de plek waar in de vroege middeleeuwen al een gammele oeververbinding was, begon Karel IV in 1357 met de bouw van deze Karelsbrug.
De brug is 520 meter lang, 10 meter breed en werd pas in 1414 voltooid.
De beeldengroepen, 15 links en 15 rechts, precies boven de pijlers van de brug, zijn er pas in de tijd van de barok op geplaatst, begin 18de eeuw.
Omdat de beeldengroepen van vergankelijk zandsteen waren gemaakt, zijn er in de loop der eeuwen ettelijke vervangen door kopieën.
Te zien zijn enkele heiligen, wat Bijbelse figuren, koningen en, als enige met een bronzen beeld: Johannes Nepomuk.
Zijn beeld staat halverwege de brug links, naar een model van de beeldhouwer Brokoff.
Vanaf de imposante bruggentoren met z地 dikke muren heb je een prachtig uitzicht over de Praagse Burcht en de Kleine Zijde, de Oude Stad en de Karelsbrug.
Typisch is trouwens de toren die hier 25 meter vandaan aan het water staat; ziet er uit als een kerktoren, maar is een watertoren.

Op het plein tussen de bruggentoren en de trambaan staat links het beeld van Karel IV op een sokkel.
De vier zittende vrouwen stellen filosofie, rechten, natuurwetenschappen en theologie voor, vandaar die boeken en serieuze gezichten.

Het Koninklijk Paleis.
Een mooi en symmetrisch gebouw dat helaas de pech heeft een veel interessantere overbuur te hebben.
Dit paleis echter, was in 1618 wel het toneel van de beroemde "2de Praagse Defenestratie".
Wat is nou weer een defenestratie?
Simpel gezegd: het uit het raam gooien van een persoon, en hopen dat hij de landing niet overleeft.
En daar mee een daad stellen.
Hier betrof het twee koninklijk gezinde ambtenaren die door protestanten beentje werden gelicht.
De éne bron beweert dat de twee defenestranten het hebben overleefd omdat ze op een mestvaalt landden, de andere zegt dat ze enkel een nat pak haalden in de slotgracht.
Hoe dan ook, deze lugubere, plaatsgebonden wijze van afrekenen met politieke tegenstanders, had bij de 1ste Praagse Defenestratie een bloediger afloop omdat het slachtoffer toen landde op de lansen van de menigte beneden.

Mariazuil.
In het plantsoentje in het midden van het plein staat een sokkel met daarop Maria.
Deze Mariazuil is hier uit dankbaarheid geplaatst omdat de Burcht en Praag in de 18de eeuw grotendeels gespaard bleven voor de pest. De naam van de kunstenaar: Brokoff.
Eén van de bekendste barokbeeldhouwers van Praag.

Bedevaartsoord; het Loretaheiligdom.
Het Loreta is in feite een gebouw om een gebouwtje, om dat te zien moet je er wel in.
De sierlijke, vriendelijk elegante barokke buitenkant is trouwens ook de moeite waard.
De voorkant van het gebouw is ontworpen door de bekende architect Dientzenhofer, midden 18de eeuw.
Als je de trappen oploopt van het er tegenoverliggende Cernín heb je een goed overzicht.
Het Loreta in, dat kost 80 Kc, wat zie je daarvoor?
Een kruisgang die zeer de moeite waard is, de plafonds zijn met zorg - monnikenwerk - geschilderd en elke heilige heeft achter glas z地 eigen kapel, z地 eigen prachtige kapel.
Midden op de binnenplaats staat een soort replica van het huisje dat volgens de overlevering van Maria is geweest, Casa Santa, een heilig huisje dus.
De kapel heeft een rijk versierde buitenkant maar is binnen vrij sober gehouden.
De daaropvolgende Christus-Geboortekerk gaat weer gebukt onder veel goud.
De trap leidt naar de schatkamer waar merkwaardig genoeg het plafond allereerst de meeste aandacht trekt.
Het lijkt wel een verzameling lege golvende melkflessen.
De schatten liggen hier veilig achter glas: zilveren wijnbokalen, relikwieën, mijters bezet met edelstenen, kroontjes, gouden en zilveren schalen en een monstrans bezet met duizenden diamantjes.
Weer buiten zien we nog de beelden op het dak en bij de ingang: die met de aureolen, dat zijn de heiligen.
De klokken van het carillon komen uit Amsterdam en zijn op het hele uur te horen.

In het Cernín is nu het Ministerie van Buitenlandse Zaken gevestigd.
De bouw van dit megalomane paleis, de voorzijde is 150 meter lang, begon eind 17de eeuw door graaf Czernin, met een "z" in z地 naam, en is voortgezet door z地 kinderen en kleinkinderen.
De bouw had nogal wat voeten in de aarde.
Het bewonen er van ook: uiteindelijk bleek het toch niet zo geschikt te zijn daarvoor, hoe verwarm je de boel, hoe zit het met 奏 onderhoud.
Zo uitnodigend als het Loreta oogt, zo streng en gesloten oogt het Cernín.
Eigenlijk wel merkwaardig omdat het gebouwd is door Italiaanse architecten.
Als je van zuilen houdt is dit je paleis: 30 stuks.

Rozhledna.
De toren die boven de bomen uitsteekt, het kan zijn dat u steeds dacht: "die ken ik ergens van, doet me ergens aan denken", dat kan kloppen.
Deze constructie van staal staat hier sinds 1891, heet Rozhledna en is geïnspireerd op de Eiffeltoren.

St. Nicolaaskerk.
Het Kleine Zijdeplein wordt gedomineerd door de St. Nicolaaskerk in het midden.
Het gebouw dat links aan de kerk vastzit, was het Jezuïetencollege.
Het interieur van de kerk uit begin 18de eeuw vormt een van de hoogtepunten van de Praagse hoogbarok.
Het is oogverblindend, noem het en het is er: in goud welteverstaan.
En wat niet van goud is, is van marmer of ander duur en duurzaam materiaal.
Het gigantisch grote fresco op het plafond heeft als thema natuurlijk St. Nicolaas en er is door Johannes Kracker zo地 8 jaar aan gewerkt.
Acht jaar lijkt lang maar niet als je weet dat de oppervlakte zo地 1500 vierkante meter is.
Vanaf de bovenverdieping heb je er een mooi zicht op.
Een paar schilderingen bij het altaar zijn gemaakt door Josef Kramolin.
In het midden vallen de vier heiligenbeelden op, en centraal bij het hoofdaltaar staat de vergulde St. Nicolaas zelf.
Buiten vallen de hoge groene koepel en bijbehorende toren op, zij vormden in 1765 het sluitstuk van de bouw.
De kerk is gebouwd door vader en zoon Dientzenhofer.

Het Oude Raadhuis trekt gelijk de aandacht vanwege de menigte mensen die zich hier elk heel uur verzamelt bij het Astronomische Uurwerk.
Het attractieve mechaniek is gemaakt midden 15de eeuw, en geeft niet alleen met veel verguldsel de dagen en maanden aan, maar ook de stand van zon en maan en de dierenriem.
Het is een grappig gezicht om de 12 apostelen voorbij de twee luikjes te zien gaan.
Het geheel houdt het midden tussen een draaiorgel, vanwege de Dood die met z地 bel rinkelt en de Turk die met z地 hoofd schudt en de Engel met zijn zwaard, en een poppenkast.
De voorstelling wordt altijd afgesloten door de Haan die een soort gekraai uitbrengt.
Het Raadhuis is alleen nog Raadhuis in naam, het wordt enkel nog gebruikt voor ontvangsten en plechtigheden.
De 70 meter hoge toren is van later datum dan het Raadhuis zelf en kan beklommen worden.

Midden op het Staromestské námesti staat het Jan Hus monument.
Gemaakt door Saloun.
Dit monument beeldt veel uit: het lijden, de onverzettelijkheid, de solidariteit met het gewone volk en hoop.
De Jugendstilstijl is terug te vinden in bijvoorbeeld de lijnen van de mantel en de belettering op het monument.
Dit Jugendstilbeeld, eigenlijk beeldengroep, is in 1915 geplaatst ter gelegenheid van de vijfhonderdste sterfdag van Johannes Hus de kerkhervormer en volksheld.
Johannes Hus werd circa 1370 geboren, werd theoloog en was verbonden aan de Bethlehemkerk.
Hij bekritiseerde de kerkmachten, vond dat de kerkhiërarchie het gewone volk buiten de deur liet staan was fel gekant tegen de aflaatpraktijken en pleitte voor een Bijbelvertaling in de landstaal, het Tsjechisch.
Hus introduceerde de zogeheten diacritische tekens in het Tsjechisch.
Dit bezorgde hem grote populariteit bij het volk en bracht hem op gespannen voet met de Paus en het koningshuis. Uiteindelijk werd hij als ketter aangemerkt en werd in 1415 tot de brandstapel veroordeeld.

De ingang van de Týnkerk bereik je via de zuilengalerij ervoor.
De Týnkerk staat in feite niet op het plein, maar er net achter.
Door zijn twee torens is het een van de meest karakteristieke kerken van Praag.
De acht kleine torentjes op de torens zelf, fungeerden vroeger als uitkijkposten.
Binnen blijkt het een kerk te zijn waar de oorspronkelijke gotiek en de later toegevoegde barok elkaar soms in de weg zitten, en soms elkaar aardig aanvullen.
De fraaie dakbogen stammen nog uit de 14de eeuw, de altaren en panelen uit de barok.
De Týnkerk was in de 14de eeuw de belangrijkste kerk van de Hussieten.

Nationaal Museum.
Te bereiken via de metrotunnel.
Het gebouw stamt uit het einde van de 19de eeuw en biedt onderdak aan vele verzamelingen die betrekking hebben op de geschiedenis en folklore, de cultuur, en de wetenschap van het land.
Van het gebouw zelf is de koepel erg de moeite waard.
Binnen biedt de hoge hal een grootse entree.

Een uitgebreide beschrijving van deze wandeling in gedrukte vorm is gratis aan te vragen door een aan jezelf gerichte, voldoende gefrankeerde, envelop in een envelop naar Reisburo Oostwaarts te sturen.